pP.
Bodhisatwas. .
likwijls daardoor, dat zij het gewone godenornaat dragen. De Bodhisatwa’s hebben
zewoonlijk de mudrd, kleur, rijdieren en symbolen der respectievelijke Dhydnibuddha)’s.
Volgens HonDeson en OLDFIELD worden de Bodhisatwa’s meestal staande voorgesteld.
s Rijks Ethn. Museum bezit echter alleen zittende Bodhisatwa-beelden, evenals op den
Boro-Boedoer \).
2799 ?). Bodhisatwa (Padmapdni®), zittende met gekruiste beenen. De handen
op de knie@n rustende met den rug, met een geopenden lotus in de palm. Achter het
hoofd een dubbele lichtschijf. Met halssnoer, xöawita. buikband, bovenarm- en pols-
ringen.
H. 39 cM.
2801 *). Bodhisatwa (Padmapdäni), als 2799, de houding van de handen en beenen
dezelfde, doch met slechts gen lichtschijf. Met hoog hoofddeksel,
H, 41 cM.
28005). Padmapdäni, als 2801, doch achter het hoofd de maansikkel ®), die anders
2en attribuut van C/wa is, tegen den lichtschijf.
H. 40 cM.
34477). Bodhisatwa, in zittende houding, met gekruiste beenen. De linkerhand
met de palm naar boven gewend in den schoot®), de rechter en de linkerzijde van
het hoofd geschonden. Met halssnoer, bovenarm- en polsringen.
H. 31 cM.
1974 °). Mai jugri19), zittend met over elkander geslagen beenen in de Bodhi-
satwa-pose !!), op een laag vierkant voetstuk, tegen een, van boven rond bijgewerkt
ruggestuk. Achter het hoofd de lichtschijf. Met halsketting, bovenarm- en polsringen.
n9, 181, pag. 112, n% 200, pag. I14, n% 204, pag. 138, n%. 281, pag. 143, n°. 209, pag. 144,
n9, 302, p. 150, nÖ0. II, pag. 172, n°%. 25, pag. 174, n°. 28 met pl. 25, pag. 189, n°. 63, pag. 205,
a0, 99— 101, pag. 206, n%. 102—103, P2g- 208, n°%. 109, pag. 209, n°% 113, pag. 216, n9. 134, pag.
218, n0. 138, pag. 219, n%. 141, pag. 235, n°. 181, pag. 280, n%. 1—3, pag. 281, n°%. 5—7 enz. —
FOUCHER, II, 22, €. V.
I) De heer PLEYTE, Büiüjdrage tot de kennis van het Mahäyäna op Java (Büdr. T.L. Vk. 6° volgr.
pag. 362—9380), heeft de verdienste, het eerst aangetoond te hebben, dat de meeste beelden, door
LEEMANS als Wiszu beschreven, inderdaad Buddhistisch zijn. WILSEN was reeds op den goeden
weg, daar hij aangetoond heeft, hoe vele zoogenaamde (Ciwa-beelden Bodkisatwa’s zijn. Of zij echter
Fäkyamuni als Bodhisatwa voorstellen, is onzeker (7. 7. 7. Z. & V%. XX, pag. 59—62).
2) Leg. SCHEEPMAKER, 1882. — LEEMANS, n9, 29a: Wisnu!
3) WADDELL, 15 en 356—358. GRÜNWEDEL, Mythologie, 65, 124 en 126; Idem B. A. 191, 192
201; Idem BB. K., 168, 169, 173, 176—177. — GROENEVELDT, pag. 79 en n®, 247 —248. A
KERN, II, 88. — SCHLAGINTWEIT, Ze Bouddhisme au Tibet (Ann. Mus. Guimet, IL), pag. 35 en 56
met pl. IV en X. — RaFFLEs, pl. 35, fig. 3. — FOUCHER, I, 97—110. — TJjandiDjago, 92. —
BRANDES, Nägari-opschrift (T. I. T. L. Vh. XXXI), 252.
4) Coll. SCHEEPMAKER, 1882. — LEEMANS, n°%, 296: Wispul
5) Coll. SCHEEPMAKER, 1882. — LEEMANS, n%, 296: Wisnu of Ciwa (?).
5) Rapp. Comm. Oudh. Onderz, 1902, pag. 477 n°. 29.
7) Aankoop 1902, dus niet bij LEEMANS vermeld.
8) Rapp. Comm. Oudh. Onderz. 1902, 52, n°%. 46, pag. 112, n%. 200. — WILSEN in 7. Z 7. Z.
VE. XX, 60; — RaFFLES, pl. 71, fig. 2. “.
9) Overgenomen van A. F. H. vAN DE POoEL in 1850. — LEEMANS, n°, 46: Ciwal
10) PLEYTE, 1. c. pag. 369. — GROENEVELDT, pag. 84: „Hij wordt beschouwd als de verper-
soonlijking der wijsheid en als de bouwheer van het heelal, in welke laatste hoedanigheid hij
speciaal als de kunstenaar bij uitnemendheid, door kunstenaars en handwerkers vereerd wordt,”
Zie ook 1. c. n%, 246. — WADDELL, 12 (afb.), 355—356, 460, note 1. — KERN, II, 185, 187. —
GRÜüNWEDEL, Mythologie, 134; B. A. 182-—185, 196, noot, 199—201 en afb. 146, pag. 203 en
2043; Id. B. K. 173—177 en afb. n°% 100. — FOUCHER, I, 114—120. — RAFFLES, pl. 69 fig. 4
en 6. — OLDENBURG, Mattriaux, pag. 2, n°. 2, Pag. 3, n°%. 23, 29, pag. 4, n°. 40, 45, pag. 9
a9, 8 met pl. II, fig. 8, pag. 10, n% 3. — PANDER, pag. 75, n°%. 145. ) )
11) WADDELL, 335.